Preventie

Wij bespreken hier het preventief onderzoek van de volwassene en het preventief onderzoek van het kind

Bij Volwassenen

Vanaf de leeftijd van 40 jaar is een algemeen preventief oogonderzoek aangewezen. Wanneer dit oogonderzoek volledig normaal is en wanneer de patiënt niet aan een andere algemene ziekte lijdt en wanneer in de familie geen patiënten voorkomen met een specifieke oogziekte of met een andere specifieke algemene aandoening wordt een jaarlijks oogonderzoek aangeraden.

Aan patiënten bij wie een bepaalde oogziekte tijdens dit oogonderzoek werd vastgesteld of aan patiënten die lijden aan een andere algemene ziekte of patiënten die een welbepaald medicament moeten nemen wordt gevraagd om frequenter langs te komen.

Hieronder enkele voorbeelden:

  • Glaucoom
  • Diabetes met of zonder retinopathie (netvliesaantasting)
  • Vasculaire belasting (hoge bloeddruk, nierziekten)
  • Hoge bijziendheid
  • Hoge verziendheid
  • Leeftijdsgebonden macula degeneratie
  • Contactlensdragers
  • Schildklierziekten
  • Medicatiegebruik (Cortisone, Cordarone, Plaquenil, Myambutol,…)
  • Erfelijke oogaandoeningen
  • Netvliesloslating

Bij Kinderen

Bij kinderen is een preventief oogonderzoek van groot belang. Het goed functioneren van de ogen is voor de algemene ontwikkeling van het kind van zeer groot belang. Vroeger werden oogafwijkingen vaak te laat ontdekt zodat een behandeling vaak niet meer mogelijk was.

Vandaag de dag worden zuigelingen door de consultatiebureaus en kinderen reeds vanaf het eerste kleuterklasje op eventuele oogafwijkingen onderzocht door het C.L.B.(=medisch onderzoek via de school). Als dit onderzoek op het consultatiebureau voor zuigelingen of tijdens het schoolonderzoek volledig normaal is en er bij de ouders en/of in de familie geen specifieke oogproblemen aanwezig waren op kinderleeftijd, is het niet nodig om een oogarts te raadplegen.

In volgende gevallen is een preventief onderzoek door de oogarts echter wel noodzakelijk:

  • afwijkingen of twijfel bij het zuigelingenonderzoek/schoolonderzoek
  • scheelzien
  • vermoeden van slecht zien
  • ontwikkelingsachterstand
  • leermoeilijkheden
  • prematuur geboren kinderen
  • oogafwijkingen die bij de ouders of in de familie aanwezig waren op kinderleeftijd:
    • lui oog
    • scheelzien
    • glaucoom
    • cataract
    • hoge bijziendheid/hoge verziendheid
    • aangeboren netvliesafwijkingen
    • oogtumoren